Blog
Waarom 'gewoon jezelf zijn' soms het moeilijkste is wat er is
"Wees toch gewoon jezelf," hoorde ik vaak. Het klonk simpel, bijna vanzelfsprekend — alsof jezelf zijn een instelling was die je met een knop kon aanzetten. Maar wat als je niet meer precies weet wie dat is, na jaren van aanpassen aan wat gepast, prettig of verwacht was?
Jezelf zijn veronderstelt een vast punt, een kern die onveranderd blijft ongeacht wie erbij is. Voor wie zich lang heeft aangepast, is die kern niet verdwenen — maar wel overgroeid. Onder lagen van "wat hoort", "wat wordt verwacht" en "wat is veilig" ligt nog altijd iets, maar het vinden ervan is geen kwestie van een knop.
Het moeilijke zit niet in het bestaan van die kern, maar in het risico van haar laten zien. Jezelf zijn betekent dat je zichtbaar wordt, met alles wat daarbij hoort — ook het deel dat misschien niet bij iedereen past. Dat risico voelt vaak groter dan het comfort van aanpassen.
Daarom is "gewoon jezelf zijn" geen instructie die je zomaar kunt opvolgen. Het is een proces van steeds opnieuw een klein beetje zichtbaarder worden, en merken wat er gebeurt. Niet in één keer, niet volledig, maar bij elk moment een fractie eerlijker.
Jezelf zijn is geen instelling. Het is een spier die je langzaam weer leert gebruiken.
Herken je dit, en wil je er samen naar kijken?
Plan een vrijblijvend gesprek